De nieuwe werkkostenregeling (WKR) werd 1 januari 2015 van kracht. Volgens deze nieuwe regeling mag de werkgever jaarlijks maximaal 1,2 procent van de totale loonsom gebruiken voor nettovergoedingen. Komen de vergoedingen boven deze ‘werkkostenruimte’ uit, dan wordt de overschrijding tegen een eindheffing van 80 procent belast.

Er zijn kosten die niet ten laste van de vrije ruimte komen zoals vergoedingen voor vervoer, kosten tijdelijk verblijf, maaltijden bij overwerk, cursussen, werkkleding, kleine consumpties op de werkplek en ov-jaarkaart voor zakelijk gebruik. Kosten die wel ten laste van de vrije ruimte komen zijn onder andere  fietsvergoeding, vakbondscontributie, kerstpakketten, personeelsfeesten buiten de werkplek of kostenvergoedingen zonder onderbouwing. 

Maak een inventarisatie van alle vergoedingen aan werknemers. Besef wel dat elk jaar anders is. In een jaar met veel dunwerk of grote oogst (veel plukwerk) stijgen waarschijnlijk de nettovergoedingen ook waardoor u het maximum van 1,2 procent sneller overschrijdt. Nettovergoedingen voor reiskosten van bijvoorbeeld Poolse medewerkers hoeven geen probleem te zijn. Maximaal 19 cent netto per km inclusief vergoedingen voor bijkomende kosten zoals veergelden en tolwegen.

Het beschikbaar stellen van (bedrijfs)auto’s of fietsen voor de buitenlandse medewerkers (gratis of tegen betaling benzinegeld) voor een ritje naar de supermarkt, uitstapje en dergelijke, levert weinig problemen op in combinatie met de werkkostenregeling. Vergoeding die u vraagt voor huisvesting op het eigen bedrijf of elders, hoeft vanuit de WKR ook weinig problemen op te leveren. Voor telers met een boerderijwinkel zijn er geen lasten als medewerkers gewoon betalen voor de producten uit deze winkel. 

Dit bericht is geplaatst op vrijdag 13 maart 2015 - 15:00