Afgelopen woensdag bezochten zo’n 70 bezoekers de Innovatiemarkt Groene Gewasbescherming die IDC Randwijk organiseerde op Proeftuin Randwijk. Naast de ontwikkelingen op het gebied van groene gewasbescherming, kwamen ook bloemenranden en bestuivende insecten aan bod.
Sinds 2012 brengt Syngenta met ‘Operation Pollinator’ de biodiversiteit onder de aandacht van onder andere telers, consumenten en overheden. Binnen het project verstrekt Syngenta jaarlijks zo’n 500 kg bloemenzaadmengsel om bijvoorbeeld op perceelranden in te zaaien. “Inmiddels is zo’n 650 kilometer aan bloemenstroken gerealiseerd”, meldde Ronald Damme (Syngenta). “Onze mengsels moeten de algemene biodiversiteit verbeteren.”

De zaadmengsels van Syngenta zijn vooral gericht op bestuivende insecten en daarom minder geschikt om op grasbanen te zaaien als onderdeel van de LBS-methode. De mengsels lokken niet speciaal nuttige roofinsecten, maar vooral solitaire bijen (metselbijen) en andere insecten. “Let wel op dat bloemenstroken geen schadelijke insecten aantrekken”, waarschuwde Robert Schuurmans (Nederlandse BijenhoudersVereniging/EcoPoll). “Ook variatie in bloeitijdstip van planten is belangrijk, zodat niet alles tegelijk bloeit. Dit geldt ook voor hagen en bosschages. De gevarieerde aanplant binnen de windschermen is voor solitaire bijen al een verbetering vergeleken met een coniferenhaag.” Voor nog meer effect zouden hagen, bloemenmengsels en bosschages aaneengesloten moeten zijn of maximaal 200 meter uit elkaar moeten liggen. Solitaire bijen kunnen dan gemakkelijker binnen een groter gebied leven en op opeenvolgende bloeiende planten en bomen foerageren. “In de te beplanten delen zou ook gezorgd moeten worden voor voldoende nestgelegenheid. Hierdoor verspreiden en vestigen zich meer solitaire bijen over een groter gebied en krijgt de bestuiving een positieve impuls.”

In Fruitteelt volgt een verslag van de Innovatiemarkt Groene gewasbescherming.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 3 juli 2018 - 20:05