Het NFO-bestuur vindt dat de Nederlandse overheid in de pas moet lopen met de EU-regelgeving wat betreft de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Met een nationaal neonicotinoiden- en azolen-verbod wil de Tweede Kamer veel verder gaan dan de Europese verboden die per 1 januari van kracht zijn en die gestoeld zijn op de wetenschappelijke analyses van EFSA. Fruittelers gebruiken twee van de onder druk staande neonicotinoiden: Calypso en Gazelle. Een verbod betekent dat insecten die lastig zijn aan te pakken, zoals zaagwespen, kevers maar ook de kersenvlieg, niet meer te bestrijden zijn. Dit heeft grote economische gevolgen.

De vijf veel gebruikte azolen, waar nu een nationaal verbod op dreigt te komen, zijn onmisbaar en worden breed ingezet, ook buiten de landbouw. Voor de fruitteelt gaat het om Score en Folicur. De Tweede Kamer heeft te weinig oog voor een gelijkspeelveld in de EU. De NFO pleit voor een Europese en brede aanpak met een sterke wetenschappelijke onderbouwing. De NFO is dan ook verheugd dat daags na de vergadering van het hoofdbestuur staatssecretaris Sharon Dijksma per brief aan Kamer aangaf dat ze de moties voor wat betreft de neonicotinoiden en fipronil niet uitvoerbaar acht. Ten aanzien van de motie over de vijf azolen geldt dat ook, maar Dijksma vraagt het Ctgb en RIVM een risicoanalyse te maken en zij vraagt de Europese Commissie de goedkeuring van deze vijf stoffen opnieuw te bekijken op het aspect van resistentie-ontwikkeling ten aanzien van humane geneesmiddelen. Daarbij geeft zij aan dat hiervoor een goede methode ontbreekt. 

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 17 juni 2014 - 11:32