De Europese organisatie van gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten ECPA vreest dat 30 tot 40 procent van de toegelaten stoffen zullen verdwijnen als de EU haar plannen doorzet om werkzame stoffen op een nieuwe manier te toetsen.

Medio 2016 heeft de Europese Commissie (EC) nieuwe criteria voorgesteld om te bepalen in hoeverre werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen hormoon verstorend werken. Uitgangspunt in de beoordeling is dat zodra een stof als ‘gevaarlijk’ bestempeld wordt, de toelating wordt ingetrokken. Normaal is het echter zo dat bij de toelating van stoffen (ook niet-gewasbeschermingsmiddelen) een risicobeoordeling wordt uitgevoerd. Het gevaar maal de blootstelling bepaalt immers het risico. Door de blootstelling niet mee te wegen in de beoordeling, is de kans groot dat stoffen onnodig door hun hormoon verstorende werking worden verboden. Stoffen als jodium, vitamine D en cafeïne zouden dan volgens de criteria ook hormoon verstorend zijn.

De EC heeft twee uitzonderingen in de verordening opgenomen: middelen met een verwaarloosbaar risico kunnen worden toegelaten en voor geïmporteerde voedingsmiddelen wordt een mrl vastgesteld waardoor import van met hormoon verstorende stoffen behandeld product mogelijk blijft mits de volksgezondheid niet in gevaar komt. Hier geldt dus wel een risicobeoordeling.

Het Nederlandse kabinet heeft aangegeven dat het voorstel in lijn is met zijn eigen standpunt, maar wil het eerst nog in Europees verband bespreken voordat het zijn goedkeuring geeft.

 

Dit bericht is geplaatst op maandag 7 november 2016 - 10:09