Nederland heeft binnen de EU het laagste percentage vrouwelijke bedrijfsleiders in de agrarische sector (5%). Ook Denemarken en Duitsland kennen relatief weinig vrouwelijke agrarisch bedrijfsleiders. In Litouwen, Letland, Estland, Polen en Oostenrijk ligt het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders het hoogst. Tegelijkertijd zijn dit ook de landen waar het aandeel fulltime agrarisch ondernemers het laagst is.
In Roemenië is slechts 1,5% van het aantal boeren fulltime boer. Ook in Litouwen en Oostenrijk ligt dit percentage onder de 10%. In de EU werkt slechts 16,4% van de agrariërs fulltime in de sector. Het hoogste percentage fulltime boeren is te vinden in Tsjechië (58%), Frankrijk (52%), Luxemburg (52%), België (52%), Denemarken (48%), Nederland (44%), Duitsland (44%) en het Verenigd Koninkrijk (40%).
Gemiddeld bestaat 45,9% van de beroepsbevolking in de EU uit vrouwen, terwijl dit in de agrarische sector 35,1% is. In Nederland liggen de verhoudingen, net als in België, op 46% vrouwen in de totale beroepsbevolking en 28% in de agrarische sector.

Relatief weinig 65+-ers in Nederlandse agrarische sector
Gekeken naar leeftijd zijn de meeste jonge mensen te vinden in de agrarische sector van Luxemburg, Denemarken en Spanje. In deze landen bestaat respectievelijk 50%, 44,7% en 36,9% van de werkenden in de agrarische sector uit mensen tussen de 15 en 40 jaar.
In Nederland is 45,4% van de beroepsbevolking tussen de 15 en 40 jaar oud; in de agrarische sector is dit percentage 35,9%. In de omringende landen werken minder jonge mensen in de agrarische sector dan bij ons. In België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk bedraagt het percentage 15- tot 40- jarigen dat werkt in de agrarische sector, rond de 30%.
Procentueel is het percentage 65+-ers in de Nederlandse agrarische sector (4,9%) twee keer zo hoog als in de gemiddelde Nederlandse beroepsbevolking (2,4%). Maar over de hele EU bekeken valt dit percentage nog mee. De meeste 65+-ers in de agrarische sector zijn te vinden in Portugal (41,6%), Ierland (21,7%) en het Verenigd Koninkrijk (18,6%). De minste (<4%) in Spanje, Polen, Frankrijk en Tsjechië.

 

Bron: Eurostat

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 9 januari 2018 - 19:45