Werkbezoek biedt Utrechtse Statenleden inkijk in praktijk en uitdagingen van fruitteeltsector

02 juli 2026

Een kleine twee weken voordat de besluitvorming plaatsvindt over het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) bezocht een brede delegatie van Provinciale Staten gisteren twee Utrechtse fruitbedrijven.  Het werkbezoek, waarbij ook landbouwgedeputeerde Gijs de Kruif aanwezig was, werd geïnitieerd door de NFO. De politici maakten kennis met de dagelijkse fruitteeltpraktijk, werden bijgepraat over de uitdagingen waar de sector voor staat en kregen inzicht in de impact van provinciale beleidsplannen. Het programma van het werkbezoek sloot nauwgezet aan bij de zienswijze op de UPLG-plannen die de Utrechtse fruitteeltsector eerder indiende.

Bestuursleden van de NFO-afdeling Utrecht en de Kring Midden-Nederland verwelkomden de delegatie rond het middaguur – met appels en fris appelsap – op het hardfruitbedrijf van de familie Jongerius in Houten. Hier leidde Pierre Jongerius het gezelschap rond. Hierbij vertelde hij een en ander over zijn bedrijf, maar lichtte hij ook toe hoe de fruitteeltsector continu werkt aan innovatie en verduurzaming. “In deze boomgaard beregenen we niet bovenover, maar werken we met druppelslangen. Op deze manier besparen we maar liefst 60 procent op water”, zo vertelde hij.

Stabiel beleid noodzakelijk

Daarnaast benadrukte Jongerius dat fruittelers keuzes maken voor de lange termijn en dat sprake is van langlopende investeringen. “Deze perenboom is in 2020 geplant, maar ik hoop dat hem zelf niet meer ga rooien”, zo zei de ondernemer. “Het feit dat sprake is van een meerjarige teelt brengt flink wat risico’s met zich mee en vergroot ook de noodzaak voor stabiel beleid.”

De teler liet daarnaast zien dat de sector – door middel van bijvoorbeeld bloemstroken – actief bezig is met agrarisch natuurbeheer. Maar Jongerius benoemde ook de vele risico’s waar een fruitteler mee moet dealen, waaronder faunaschade. Onder meer de eigen bijdrage van 40 procent die geldt voor mezenschade weegt hierbij zwaar. “Wij doen ons best om zo duurzaam mogelijk te werken, maar kunnen niet alles. Er worden heel veel risico’s bij ons als telers neergelegd.”

Constructieve discussie over gewasbescherming

Het fruitbedrijf van de familie Van der Grift in Nieuwegein vormde de tweede stop van het werkbezoek. Floris van der Grift vertelde hoe hij – samen met zijn ouders, broers en zus – de onderneming runt. Deze is geënt op de teelt van appels, peren en kersen. Daarnaast beschikken de ondernemers over eigen koeling, sorteer- en verwerkingsfaciliteiten. De teler ging ook in op het thema arbeid en op de eigen huisvesting die hij vier jaar geleden realiseerde. Hier werd sterk ingezet op kwaliteit en privacy, onder meer in de vorm van eenpersoonskamers.

Daarna werd een kersenperceel aangedaan dat is ingenet om suzuki-fruitvlieg te weren. Teler Erik Vernooij benadrukte dat dit zeer forse investeringen vergt en dat middelen om – in geval van nood – te kunnen ingrijpen noodzakelijk blijven. “De netten houden 95  procent van de vliegjes tegen. Maar één vliegje kan al enorme schade veroorzaken; de suzuki-fruitvlieg vermeerdert zich namelijk enorm snel.”

Hierna ontstond een goede en constructieve discussie over de noodzaak en struikelblokken bij de inzet van gewasbeschermingsmiddelen. Ook kon de Provinciale Staten-delegatie nog een kijkje nemen op de koel-, sorteer- en verwerkingslocatie van de familie Van der Grift.


Gevoel gehoord te worden

Sander Bos, directeur van de NFO, sloot het bezoek af. Hij benadrukte nogmaals dat de meerjarigheid de fruitteelt uniek maakt en dat stabiel beleid en de juiste randvoorwaarden om die reden cruciaal zijn. “Als een provincie met impulsmaatregelen komt, zijn wij heel moeilijk wendbaar.”

Bos onderstreepte dat de Nederlandse fruitsector vandaag de dag substantieel minder gewasbeschermingsmiddelen inzet dan in de jaren negentig. “En we gebruiken ook steeds meer groene middelen. Tenminste, dat willen we graag. Maar dan moeten deze natuurlijk wel een toelating krijgen. Wat dat betreft loopt Europa ondertussen behoorlijk achter de feiten aan.”

Daarnaast stipte de NFO-directeur onder meer de thema’s arbeid en waterbeschikbaarheid aan. Ook ging hij in op de naderende besluitvorming over het UPLG. “Dat jullie als Provinciale Staten in februari instemden met de motie die oproept tot maatwerk voor de fruitteelt binnen de UPLG gaf ons het gevoel dat we gehoord werden. We hopen dat we dit ook terugzien bij de besluitvorming over het UPLG. Wij zullen als sector in ieder geval blijven verduurzamen en hopen dat we het tempo van de politiek en de maatschappij kunnen blijven bijbenen.”

Provinciale versus landelijke plannen

Landbouwgedeputeerde Gijs de Kruif ging nog in op de vraag hoe de nieuwe landelijke stikstofplannen zich verhouden tot de provinciale plannen. “We zijn nu druk aan het bekijken waar overlap zit en op welke punten de landelijke plannen die van ons overrulen. Op 14 juli, als de provinciale besluitvorming over het UPLG plaatsvindt, komen we met een kader voor hoe een en ander zich tot elkaar verhoudt. En op welke punten we onze plannen aanpassen en waar niet. Kortom: dan komt er duidelijkheid, voor zover dat mogelijk is.”