Werkbezoek Utrechtse gedeputeerde focust op UPLG, maatwerk en ruimte om te blijven investeren

18 juni 2026

De nieuwe Utrechtse landbouwgedeputeerde Gijs de Kruif maakte gisteren, woensdag 17 juni, kennis met de Utrechtse fruitteelt. Bij Loon- en Fruitbedrijf G.J. van Doorn kreeg hij een direct beeld van de investeringen, keuzes en risico’s waar de moderne fruitteler mee te maken krijgt.

Op basis van de opzet van hun eigen bedrijven schetsten NFO-bestuurders Gert-Jan van Doorn, Erik van Haarlem, Johan de Jong en Robin van Lint wat een toekomstbestendige fruitteelt vraagt. Koeling, energie, water, precisietechniek, bewaring, sortering, arbeid, verschillende verkoopkanalen en bedrijfsopvolging komen op het erf samen. De bedrijfsverhalen maakten duidelijk dat verdere verduurzaming niet draait om één maatregel. Investeringen, infrastructuur, regelgeving en het verdienmodel moeten op elkaar aansluiten.

De Kruif kende de fruitteelt tot dan toe vooral van papier. Tijdens de rondleiding en presentaties kreeg hij een concreet beeld van de technische ontwikkeling, de langjarige investeringen en de keuzes die ondernemers dagelijks maken. “Wat jullie als sector doen, vind ik heel indrukwekkend”, gaf hij aan.

Aan het einde van het bezoek riep hij de fruitteelt op om duidelijker te laten zien wat bedrijven al doen en bereiken. Sla als fruitteelt wat vaker op de trom. Volgens mij hebben jullie van alles te vertellen. Jullie zijn gewoon bescheiden.”

Belangrijke data voor het UPLG

Een belangrijk deel van het gesprek ging over het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Daarbij noemde De Kruif twee concrete data. “De reset voor mij is het UPLG. Dat is 14 juli.”

Op 14 juli aanstaande staat de provinciale besluitvorming over het UPLG gepland. Daarmee ligt nog niet vast hoe alle doelen en maatregelen op gebieds- en bedrijfsniveau worden uitgevoerd.

“Op 15 november starten we met de uitvoering en uitwerking. Dan gaan we kijken: hoe gaan we daar komen?”

Vanaf 15 november begint de verdere uitwerking. Die koppelde De Kruijf nadrukkelijk aan samenwerking. Voor fruittelers is vooral deze uitvoeringsfase van groot belang. Dan krijgt de vertaling naar de praktijk namelijk vorm en moet duidelijk worden welke gevolgen maatregelen hebben voor bedrijven, investeringen en de toekomstige ruimte om te telen.

Zonering rond Natura 2000 nog niet uitgewerkt

Verder kwam de zonering rond Natura 2000-gebieden nadrukkelijk aan bod tijdens de kennismaking. Deze zonering kan gevolgen hebben voor fruitbedrijven in en rond overgangszones. De precieze vorm, omvang en toepassing liggen nog niet vast. “Die zoneringen, daar gaan we echt serieus naar kijken”, benadrukte de gedeputeerde.

Zonering vormt binnen het UPLG een concreet aandachtspunt voor de fruitteelt. Tegelijk gaf De Kruif aan dat andere ontwikkelingen die de komende jaren op de sector afkomen mogelijk meer impact krijgen. Welke ontwikkelingen hij daarmee precies bedoelde, werd niet concreet benoemd in het gesprek.

De gedeputeerde gaf aan vertrouwen te hebben in het vermogen van fruittelers om zelf oplossingen te ontwikkelen. “Ik heb er hele goede hoop op dat jullie het gewoon zelf gaan oplossen.”

Die uitspraak ging breder dan alleen de zonering. De Kruif doelde daarmee op het vermogen van bedrijven om individueel of gezamenlijk in te spelen op nieuwe opgaven. De overheid moet daarbij doelen stellen en de uitvoering ondersteunen, maar niet iedere oplossing vooraf voorschrijven.

De vorm, omvang en toepassing van zonering blijven onderdeel van de verdere uitwerking. Ook maatwerk voor de fruitteelt blijft daarbij in beeld. Voor bedrijven in en rond overgangszones is het belangrijk dat eerst de feitelijke opgave, de bijdrage van de fruitteelt en de uitvoerbaarheid van mogelijke maatregelen zorgvuldig worden vastgesteld.

Innovatie vraagt ruimte en financiering

De bedrijven lieten zien hoeveel er al gebeurt. Onder meer op het vlak van energiezuinige koeling, accuopslag, precisietechniek, gericht water- en nutriëntenmanagement, robotisering en mechanische oplossingen in de teelt. Dergelijke investeringen vragen kapitaal en kennen vaak een lange terugverdientijd. Een nieuwe techniek is bovendien niet direct volledig uitontwikkeld. De Kruif benoemde dat innovatie alleen verder komt als bedrijven daadwerkelijk ruimte krijgen om ermee te werken. “Als we innovatie niet de kans geven, komt die er ook niet. Daar hoort dus ook een financiële kant bij.”

Die uitspraak sluit aan bij de praktijk op fruitbedrijven. Innovatie ontstaat niet alleen door een technische oplossing beschikbaar te stellen. Ondernemers moeten deze ook kunnen financieren, inpassen in hun bedrijf en gebruiken binnen werkbare regels.

Onzekerheid remt langjarige investeringen

Ook werd benoemd door fruittelers investeren voor de lange termijn. Een boomgaard staat tientallen jaren. Ook koelhuizen, sorteerlijnen, waterinstallaties en energiesystemen worden niet voor enkele seizoenen gerealiseerd. De Kruif erkende dat onzekerheid over toekomstige eisen investeringen kan afremmen. “Onzekerheid over waar je voor staat, remt de verduurzaming die iedereen wil. Dat vind ik een zorgpunt.”

Hij maakte daarbij onderscheid tussen eisen die zich geleidelijk ontwikkelen en een fundamentele koerswijziging.“ Dat er in de tussentijd eisen bijkomen, hoort voor een deel bij normaal ondernemerschap. Maar een keiharde koerswijziging is iets anders.”

Tegelijk wilde hij geen zekerheid beloven die een bestuurder niet kan garanderen.

“Ik kan niet beloven dat dat nooit gebeurt. Ik vind dat mensen datte vaak wel beloven.”

Daar zit voor fruittelers spanning. De sector moet blijven investeren en vernieuwen, terwijl de kaders niet voor de volledige looptijd van een investering vaststaan. Dat vraagt om beleid dat veranderingen tijdig aankondigt, de gevolgen voor bestaande investeringen meeweegt en voldoende ruimte laat voor aanpassing.

Vervolg met Provinciale Staten

Het werkbezoek gaf de nieuwe gedeputeerde een eerste breed beeld van de Utrechtse fruitteelt. Op 1 juli aanstaande staat ook een bezoek van Statenleden aan twee Utrechtse fruitteeltbedrijven op het programma. Ook daar staat de praktijk van de fruitteelt centraal. De sector krijgt  wederom de gelegenheid om te laten zien welke investeringen bedrijven al doen, welke knelpunten zij ervaren en welke randvoorwaarden nodig zijn om verder te ontwikkelen.