Een onderwerp dat vaak vragen oproept volgens Maurits Greydanus van Cebeco Meststoffen  zijn de ins en outs over zoutbelasting door (mest)stoffen. Tijdens de Fruitconsultdag op 28 januari in Tiel behandelde Greydanus diverse aanvoerposten die een verhogend effect op het EC-gehalte kunnen hebben, ofwel de mate van zoutconcentratie. “We werken ook graag met zouten, want het zijn voedingsstoffen, maar wanneer is het te veel?”  Volgens Amerikaanse cijfers van het ministerie van Landbouw die Greydanus presenteerde, ontstaat er bij een EC van 2,5 en daarboven een opbrengstdaling van 10 procent. “Gemiddeld zien we in Nederland en Scandinavië een EC van 0,9.” Hij benadrukt dat dit is gemeten voor bemesting, dus het cijfer zou wellicht wat hoger kunnen uitvallen. Enkele voorbeelden naast kunstmest die de EC verhogen zijn: “Een redelijk vracht gips toedienen kan heel snel een verhoging van de EC geven.” Ook dierlijke en plantaardige mest en water zijn een EC-verhoger.

“Op dit moment is het nog onmogelijk om exact te zeggen hoeveel een meststof de EC precies verhoogt.” Kijkend naar de praktijk is het ook zo dat er in de fruitteelt geen kerende grondbewerkingen voorkomen waardoor stoffen in de toplaag kunnen blijven steken. Verder zitten er bij droogte dezelfde hoeveelheid zouten in minder vocht. “De praktijk is: ik wil van alles (red: Kali-60; KAS; rundermest; champost; gips; beregeningswater met een hoog EC), maar dan wordt het plus, plus, plus. Denk dus goed na over je aanvoerposten.” Denk daarbij ook aan het tijdstip van toediening (niet alles in het voorjaar) en de verschillen tussen meststoffen.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 2 februari 2016 - 18:48