Zonder extra duurzaamheids- en ruimtelijk beleid kan de landbouwgrond in de EU tot 2050 met meer dan 8 miljoen hectare afnemen. Dat komt door toenemende verstedelijking, boeren die stoppen en doordat land geen andere productiefuncties meer krijgt door gebrek aan arbeidskrachten of alternatieve verdienmodellen. Dat blijkt uit onderzoek door Wageningen University & Research in opdracht van de Europese Commissie.
Onderzoeker Berien Elbersen licht toe: “We hebben verschillende scenario’s doorgerekend, van ‘business as usual’ tot een scenario in lijn met de Green Deal en Farm-to-Fork-ambities. We keken naar emissies, waterkwaliteit, bodem, pesticidengebruik, landverlies en productiecapaciteit. Juist daarin, in die integrale aanpak, ligt de grote meerwaarde van dit onderzoek, en de sleutel voor de toekomst.”
Met gerichte maatregelen zijn aanzienlijk grotere milieu- en klimaatwinsten mogelijk, terwijl de voedselproductie en de leefbaarheid op het platteland op peil kan blijven.
De onderzoekers combineerden Europese datasets over landgebruik en landverandering, informatie over landbouwsystemen, bos, natuur en verstedelijking, en modelberekeningen. Zo ontstond er een reeks kaarten en indicatoren die laten zien waar spanningen ontstaan tussen functies zoals intensieve veehouderij, natuurherstel, stadsuitbreiding, biologische landbouw, koolstofvastlegging én welke beleidsmix deze spanningen kan verminderen.
Hoewel de studie EU-breed is, zijn de uitkomsten vooral interessant omdat ze verschillen tussen regio’s zichtbaar maken. Enkele voorbeelden:
- Intensieve veehouderij in Noordwest-Europa
In Nederland, Vlaanderen en Duitsland is de combinatie van intensieve veehouderij en sterke verstedelijking al jaren onderwerp van debat, onder meer door stikstof en waterkwaliteit. Het onderzoek van Elbersen laat zien hoe landbouwgrond hier onder druk staat van woningbouw en infrastructuur, en welke effecten verschillende beleidsopties hebben op emissies, natuur en productie. Dat helpt bij keuzes over waar extensivering, kringlooplandbouw of natuurontwikkeling het meeste effect hebben – en hoe het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) hierop kan worden afgestemd. - Mediterrane irrigatieregio’s
In kustregio’s met intensieve irrigatielandbouw en toeristische ontwikkeling, zoals in Andalusië en de Levante, concurreren landbouw, natuur, stedelijke groei en toerisme sterk om land en water. Onderzoek laat zien dat irrigatie relatief weinig oppervlakte beslaat maar een groot deel van de productie en toegevoegde waarde levert, terwijl verstedelijking en toerisme landbouwgrond en water onder druk zetten. - Leeglopende plattelandsregio’s
In sommige regio’s zoals het binnenland van Spanje en Oost-Europa is niet verstedelijking maar juist landverlating het grote thema. Studies laten zien dat landbouwgrond daar soms wordt verlaten, terwijl bebouwing en infrastructuur in andere delen juist toenemen. Dit nieuwe onderzoek laat zien waar duurzame landbouw kan bijdragen aan biodiversiteit, klimaatdoelen én leefbaarheid op het platteland.
Waarom is dit relevant
Elbersen: “Er is dus geen one-size-fits-all-oplossing voor de dilemma’s met betrekking tot het Europese landgebruik. We denken, en dat hebben we nu wetenschappelijk onderbouwd, dat EU-beleid sterker kan worden gericht op regionale verschillen, en dat ruimtelijke planning, landbouwbeleid, natuurherstel, klimaatbeleid en zelfs migratiebeleid beter op elkaar afgestemd moeten worden.”
De nieuwe inzichten helpen om dialoog en debat over landbouw, natuur en ruimte minder abstract te maken. Ze geven concrete aanknopingspunten voor beleid dat zowel voedselzekerheid als biodiversiteit en klimaatdoelen ondersteunt – precies de opgave waar Europa de komende decennia voor staat.

