Sinds januari 2026 geldt de vernieuwde cafetariaregeling. Deze regeling biedt belastingvoordeel voor agrarische werkgevers en internationale seizoenarbeiders.
Een versoberd belastingplan zorgt ervoor dat extra kosten voor levensonderhoud sinds 1 januari 2026 niet meer uitgeruild kunnen worden. Hieronder vallen onder andere gas, water en licht evenals extra telefoonkosten voor privédoeleinden met het land van herkomst.
Voor kosten voor levensonderhoud betekent dit concreet dat het niet langer is toegestaan om de volledige huisvestingskosten uit te ruilen. Werkgevers dienen voortaan onderscheid te maken tussen:
– de kale huur (wel uitruilbaar);
– de kosten voor gas, water en licht (niet uitruilbaar).
In de praktijk blijkt deze splitsing lastig uitvoerbaar. LTO, NFO en andere partijen zijn in gesprek met de Belastingdienst om te verkennen hoe tot een praktische en werkbare invulling van deze regeling kan worden gekomen. De voorkeur ligt bij vaste normbedragen. Hierdoor hoeft de werkgever de daadwerkelijke kosten niet uit te rekenen. Het blijkt lastig om tot een eenduidig normbedrag te komen. Tot die tijd blijft het noodzakelijk om de kosten te splitsen.
Met de start van het seizoenswerk heeft de NFO nadrukkelijk aandacht voor uitvoerbaarheid in de praktijk en het belang van een oplossing op korte termijn.

