Het veranderende klimaat zorgt voor een steeds groter neerslagtekort in de zomerperiode. Dit valt goed af te lezen uit cijfers die door KNMI gepubliceerd worden, vertelt Jan Peeters van de NFO Taskforce Gewasbescherming. In de afgelopen 25 jaar is het neerslagtekort in de zomer opgelopen van grofweg 100 mm, naar 250-300 mm. Overigens waren er voorheen ook al uitschieters in droogte. Het jaar 1976 heeft nog steeds het record in neerslagtekort met circa 400 mm tekort. Ditzelfde record werd overigens afgelopen jaar in Zeeland opnieuw behaald. Deze tekorten zijn berekend op basis van de referentie gewasverdamping, dus de verdamping van grasland.
Men moet bedenken dat het grote bladoppervlak van boomgaarden ervoor zorgt dat deze 1,5 – 2x meer verdampen dan de referentiegewasverdamping, welke berekend is voor grasland. Hierdoor loopt het neerslagtekort al snel op naar 400-500 mm. Dit neerslagtekort behoeft niet altijd in dezelfde mate aangevuld te worden. Gronden kunnen immers in meer of mindere mate opdrachtig zijn, dus vocht aanvoeren vanuit diepere lagen. Ook zijn er bepaalde periodes in het jaar dat de vruchten prima een gedoseerde droogte mogen hebben. Om de vochtbehoefte van boomgaarden te bepalen, werken steeds meer telers op basis van vochtmetingen. Op deze wijze kan per boomgaard de watergift geoptimaliseerd worden en wordt er geen water verspild.
In onderzoek op Fruit Research Centre Randwijk wordt al vele jaren gekeken naar een zo bewust mogelijk watergebruik. De stap van beregening over de bomen naar druppelbevloeiing zorgt ervoor dat het vochtgebruik grofweg met 2/3 vermindert. Het is dan ook logisch dat diverse provincies en waterschappen de stap van beregening naar druppelbevloeiing financieel ondersteunt. In het onderzoek bleek echter ook dat het met name bij peren moeilijk is om Foto: Perenboomgaard met dubbele druppelslang (FRC Randwijk) met een enkele druppelslang voldoende vocht onder de boom te krijgen en om het water voldoende verdeeld te krijgen. Met name in droge jaren blijkt een druppelslang aan weerszijden van de boom een toegevoegde waarde te hebben. Met dit systeem kan men zonder aanvullende beregening voldoende vocht toedienen. De dubbele slangen blijken in deze situaties ook efficiënter dan de enkele slang. Men verbruikt circa 20% minder water met de dubbele slang, gecombineerd met het systeem van watergift op drempelwaarden. De afgelopen jaren is op FRC Randwijk, gefinancierd door Waterschap Rivierenland en Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden veel onderzoek gedaan naar het optimaliseren van de irrigatie in boomgaarden.
Net als bij de carbon footprint, kan ook voor de watergift gesproken worden over de water footprint. Internationaal wordt hierbij vooral gesproken over het blauwe water, ofwel het water wat aangevoerd wordt ten behoeve van de irrigatie. Dit staat in contrast met het groene water, wat bestaat uit neerslag.
Gemiddeld vragen onder Nederlandse omstandigheden de appelbomen aan blauw water tussen de 200 en 300 liter per boom (geplant op 3,25 x 1 meter) per groeiseizoen. Dit kan in extreme jaren nog circa 50% hoger zijn, maar in het algemeen is 250 liter een goed gemiddeld beeld. Bij een productie van 20 kg per boom, leidt dit dus tot een water footprint van 12,5 liter blauw water per kilogram productie. Bij peren ligt dit gemiddeld rond de 400 liter per boom op 1 meter plantafstand, ofwel 20 liter per kilogram. In extreme jaren, zoals 2019 en 2022, kan dit wel oplopen tot 1000 liter, dus tot 50 liter per kilogram. In natte jaren, zoals 2023 was de benodigde aanvoer slechts 200 liter per boom, ofwel 10 liter per kilogram productie.

Foto: Vochtmonitoring op FRC Randwijk
Internationaal liggen deze vochtbehoeftes vaak veel hoger, omdat bomen in veel gebieden geen aanvoer krijgen vanuit grondwater én omdat veel gronden een veel geringere waterbuffering hebben dan de Nederlandse kleigronden. In Zuid Afrika spreekt men bijvoorbeeld voor appels over een water footprint van 150 liter per kilo, uitgedrukt in blauw water. Dit scheelt dus een factor 12.
Ten opzichte van import fruitsoorten zoals avocado of banaan zijn de verschillen nog veel groter. De FAO publiceert bijvoorbeeld dat de waterfootprint van bananen wel 700-800 liter per kilo is. Dit is de totale footprint. Afhankelijk van het teeltgebied is vrijwel deze gehele waterfootprint blauw water, zoals bijvoorbeeld in Peru of het watergebruik is slechts voor 1/3 blauw water, zoals voor Ecuador. In beide gevallen is de water footprint echter vele malen hoger dan die van Nederlandse appels en peren. De water footprint van avocado’s ligt nog eens 50-75% hoger dan die van bananen. Waterfootprint zal een steeds belangrijkere factor zijn in de teelt van voedingsgewassen. De combinatie van goede kleigronden, efficiënte irrigatiesystemen en een goede vochtmonitoring, zorgen ervoor dat de lokale productie van appels en peren heel water efficiënt is.

