Toxicologisch gezien geven de uitkomsten van het zogeheten ‘slaapkameronderzoek’ dat is uitgevoerd in de gemeente Buren geen aanleiding tot enige zorg omtrent de volksgezondheid. Die boodschap bracht Jolanda Wijsmuller afgelopen dinsdag in namens de NFO Taskforce Gewasbescherming, tijdens de beeldvormende bijeenkomst over het onderzoek. Gemeenteraadsleden pakten dit verhaal goed op.

De bijeenkomst vond plaats naar aanleiding van de onrust die in Buren is ontstaan na de publicatie van het slaapkameronderzoek. Dit onderzoek naar de aanwezigheid van stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen in Burense slaapkamers werd uitgevoerd door VELT. Dit is een Belgische vereniging die zich sterk maakt voor een ecologisch verantwoorde leefwijze. “De gemeten stoffen komen echter niet alleen voor in gewasbeschermingsmiddelen”, zegt Jolanda Wijsmuller. “Ook stoffen uit bijvoorbeeld vlooien- en tekenmiddelen voor huisdieren werden aangetroffen.”

Tijdens de drukbezochte bijeenkomst – ook veel fruittelers waren aanwezig – gaf een afgevaardigde van VELT uitleg over het gedane onderzoek. Daarna kwam Emeritus Hoogleraar Toxicologie Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht) met een wetenschappelijke duiding. Ook Jolanda Wijsmuller duidde de onderzoeksresultaten. De kern van haar verhaal: meten is één, duiden is twee. “Ik heb geprobeerd om de resultaten zo goed mogelijk in perspectief te plaatsen, door aan de gevonden concentraties in huisstof een toxicologische waarde te koppelen. Hierbij ging ik steeds uit van de hoogst gemeten waarde van een bepaalde stof. Vervolgens rekende ik uit aan hoeveel kilo huisstof inwoners blootgesteld kunnen worden zonder dat sprake is van schadelijke gezondheidseffecten. De uitkomsten lopen uiteen van 5 tot 600 kilo huisstof, afhankelijk van de actieve stof die in het huisstof zat. Megagrote hoeveelheden dus.  Kortom: toxicologisch gezien hoeven burgers zich echt geen zorgen te maken en kun je concluderen dat de aanwezigheid van fruitbedrijven geen risico vormt. De afstand van burgerwoningen tot fruitpercelen hoeft dus niet te worden aangepast.”

Volgens Wijsmuller gaf Martin van den Berg de raad eenzelfde boodschap mee. “De raadsleden pakten dit goed op. Daar zijn we blij mee. En het is ook fijn dat we de gelegenheid kregen om het onderzoek te duiden richting de gemeenteraad.”

Wijsmuller onderstreepte in haar presentatie ook nog dat de risicobeoordeling van het Ctgb uitermate streng en stringent is. “Men kijkt heel kritisch of een middel dat eventueel wordt toegelaten veilig is voor bijvoorbeeld omwonenden. Men gaat er in deze beoordeling zelfs vanuit dat omwonenden tussen de twee en tien meter van de rand van een perceel wonen. Dat is vanzelfsprekend niet realistisch. Daarbij vermenigvuldigt het Ctgb de toxicologische waarde die zijn vastgesteld op basis van dierproeven veiligheidshalve nog eens met de factor 100. Strenger en strikter kan er gewoonweg niet worden beoordeeld. Dat heb ik de gemeenteraad duidelijk proberen te maken, aangezien de meeste raadsleden hier niet van op de hoogte zijn.”

Het is volgens haar ook goed als fruittelers dit verhaal uitdragen wanneer ze in gesprek gaan met omwonenden. “Daarbij: uit geen enkel statistisch onderzoek blijkt dat er in fruitteeltgebieden bewezen meer gevallen van kanker, Parkinson of andere ziekten zijn. We mogen best helder en duidelijk communiceren dat de effecten op omwonenden zeer conservatief en streng wordt beoordeeld in het registratieproces en dat het telen van fruit géén effect heeft op de gezondheid van omwonenden.”