LTO Nederland is de afgelopen maanden in gesprek geweest met de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën over verlenging van de zogenaamde cafetariaregeling. Met de invoering van het Belastingplan 2026 vallen enkele kosten vanaf 1 januari 2026 niet meer onder de gericht vrijgestelde extraterritoriale kosten.

De cafetariaregeling maakt het voor werkgevers mogelijk om voor internationale werknemers in eigen dienst de zogenoemde extraterritoriale kosten (ET-kosten) fiscaal uit te ruilen met brutoloon. Het gaat hierbij om extra kosten die werknemers maken doordat zij tijdelijk in Nederland werken, zoals kosten voor huisvesting en reizen van en naar het land van herkomst.

Wat verandert er in 2026?
Minimumloon (WML)

  • Het wettelijk minimumloon per 1 januari 2026 bedraagt € 14,71 per uur.
  • Het brutoloon boven dit minimumloon kan worden uitgeruild binnen de cafetariaregeling.

Wat kun je blijven uitruilen?

  • Extra kosten voor huisvesting
    • Geen wijziging ten opzichte van de huidige regeling.
  • Extra kosten voor reizen tussen Nederland en het land van herkomst
    • Vanaf 2026 geldt een vergoeding van € 0,23 per kilometer.

Wat kun je niet meer uitruilen?

  • Extra kosten voor levensonderhoud
    • waaronder kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen, en extra gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst
    • Per 1 januari 2026 is het niet meer mogelijk om deze kosten uit te ruilen binnen de ET-kostenregeling en cafetariaregeling.

Via de Werkgeverslijn wordt een brochure met de vernieuwde regeling, die geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 en rekenvoorbeelden beschikbaar gesteld. Je vindt de brochure op de themapagina cafetariaregeling.