Tweede Kamer in debat over EU‑voorstel voor voedsel- en diervoederveiligheid 

19 mei 2026

De Tweede Kamer heeft op 12 mei gedebatteerd over de Nederlandse inbreng in het Europese voorstel voor de Food and Feed Safety Simplification Omnibus. In het debat werd duidelijk dat er steun is voor vereenvoudiging en versnelling, maar alleen onder strikte voorwaarden voor de bescherming van mens, dier en milieu.
Het kabinet is in principe positief over het Europese voorstel, maar zet nadrukkelijk in op aanpassingen. Nederland wil in Brussel pleiten voor een aangescherpt voorstel waarbij het huidige beschermingsniveau minstens behouden blijft en waar mogelijk wordt verbeterd.

Politieke verdeeldheid over tempo en zekerheid
Het debat liet een herkenbare politieke scheidslijn zien:

  • Partijen als PvdD, SP, GroenLinks‑PvdA en D66 benadrukten dat versnelling van toelating van middelen nooit ten koste mag gaan van veiligheid, wetenschappelijke toetsing en milieu- en waterkwaliteit.
  • Aan de andere kant vroegen BBB, VVD, JA21, SGP en CDA nadrukkelijk aandacht voor de uitvoerbaarheid in de praktijk, voedselzekerheid en het behoud van voldoende middelen voor telers.
  • Verschillende partijen pleitten voor snellere toelating van groene en laagrisico-middelen, maar met uiteenlopende opvattingen over de randvoorwaarden.

Hiermee stond het debat vooral in het teken van het zoeken naar een balans tussen bescherming en innovatie.

Kabinet zet in op aanscherping en versnelling groene middelen
Staatssecretaris van LVVN Silvio Erkens gaf aan dat Nederland actief zal inzetten op verbetering van het Europese voorstel. Belangrijke punten daarbij zijn:

  • Behoud van het huidige beschermingsniveau voor mens, dier en milieu;
  • Een risico-gestuurd herbeoordelingssysteem, waarbij middelen met de grootste risico’s sneller opnieuw worden beoordeeld;
  • Snellere toelating van duurzame alternatieven via zogeheten ‘green lanes’;
  • Duidelijke definities rond bio-control en laagrisico-middelen;
  • Investeringen in geïntegreerde gewasbescherming en praktijkprogramma’s.

Tegelijk gaf het kabinet een duidelijke grens aan: Nederland zal het voorstel niet steunen als dit leidt tot verslechtering van bescherming of onvoldoende perspectief biedt op duurzame alternatieven.

Reeks moties onderstreept politieke aandachtspunten
Tijdens het debat is een groot aantal moties ingediend, onder meer over:

  • Bescherming van bestuivers zoals bijen en vlinders;
  • Het voorkomen van verslechtering van het beschermingsniveau;
  • Het versnellen van toelating van groene middelen;
  • Waterkwaliteit en de relatie met de Kaderrichtlijn Water;
  • Voedselzekerheid en teeltzekerheid als randvoorwaarde;
  • Extra capaciteit bij EFSA voor snellere beoordelingen.

Over de moties wordt op 19 mei gestemd.  

Kansen voor de fruitteeltsector
NFO-voorzitter John Kusters ziet het Europese omnibusvoorstel als een kans voor sector om enerzijds te versnellen en anderzijds bestaande middelen vast te houden totdat echt werkbare alternatieven beschikbaar zijn. Het is een mogelijkheid om knelpunten in de toelating en beschikbaarheid van middelen aan te pakken.

Voor de fruitteelt is het noodzakelijk dat:

  • Tegelijkertijd versnelling van groene middelen daadwerkelijk gerealiseerd wordt;
  • Telers in de praktijk kunnen blijven beschikken over voldoende effectieve instrumenten.

De inzet van Nederland, waarbij wordt gewerkt aan een aangescherpt voorstel met duidelijke randvoorwaarden, sluit daar grotendeels bij aan. Ook LTO heeft in het voortraject inbreng geleverd.

Definitieve besluitvorming
Besluitvorming door de Tweede Kamer wordt in de tweede helft van dit jaar verwacht. Een definitief Europees voorstel zal naar verwachting pas onder een volgend EU‑voorzitterschap op tafel komen. In de komende periode zal Nederland haar inzet verder bepalen in overleg met de Tweede Kamer en stakeholders, waarbij de uitkomst van de moties richtinggevend zal zijn.

Bekijk het debat hier terug