De werkgeversorganisaties die betrokken zijn bij de cao Open Teelten – NFO, KAVB, LTO Nederland en Anthos – hebben na zeven onderhandelingsrondes de vakorganisaties op 15 maart een eindbod gedaan. Wanneer dit bod door de leden van de vakorganisaties wordt aanvaard, is er een nieuwe cao voor de Open Teelten.
Werkgevers zien op dit moment geen andere manier om tot een overeenkomst te komen dan via een eindbod. Dit wordt nu voorgelegd aan de werknemers. Daarmee komt er duidelijkheid voor de cao Open Teelten, die al meer dan een jaar ongewijzigd voortduurt.

Op hoofdlijn houdt dit bod het volgende in:

  • De cao heeft een looptijd van 1 maart 2021 tot 1 maart 2023
  • Een loonsverhoging van 4% (per eerstvolgende betaalperiode na totstandkoming cao-akkoord met 2% en 2% per 1 juli 2022)
  • Een geclausuleerde verlaging van de zondagstoeslag van 100% naar 50%
  • Een afspraak om te overleggen over een lage WW-premie voor seizoensgerelateerde arbeid, wanneer de overheid haar toezegging bevestigt
  • Een afspraak over een onderzoek naar betere huisvesting, die ook een hogere werknemersbijdrage zou kunnen rechtvaardigen
  • Een afspraak naar de ontwikkeling en verbetering van de duurzame inzetbaarheid van medewerkers in de sector

 

Wim van den Boomen, voorzitter van de onderhandelingsdelegatie is gematigd tevreden: “Ik denk dat we met het bod een balans hebben gevonden tussen de economische werkelijkheid in de sector en een goede cao voor onze leden en medewerkers. Aan de andere kant is het jammer dat we uiteindelijk met een eindbod moesten komen, je hoopt er natuurlijk door te onderhandelen uit te komen. Maar wij nemen nu wel, in het kader van goed werkgeverschap, onze verantwoordelijkheid voor het tot stand komen van de cao Open Teelten”

 

Leander Vereecken heeft vanuit de Klankbordgroep Arbeid de onderhandelingen op de voet gevolgd. “Voor de NFO-leden was een afspraak over de WW-premie heel belangrijk. De minister heeft dit bij de invoering van de WAB aan de sector beloofd: voor werk dat nooit een vast karakter kan krijgen komt er een uitzondering en komt de WW-premie in het lage tarief. Die belofte is echter nog niet uitgevoerd. Dit doel lijkt nu bereikbaarder, zeker wanneer de bonden constructief hier aan willen meewerken. De NFO moet nu wel blijven lobbyen, want de belangrijkste stap wordt gedaan door de overheid. Opvallend is natuurlijk ook de looptijd en de cao-verhoging, die ligt op het gemiddelde wat nu ook in andere cao’s wordt afgesproken. Ik denk dat hiermee een balans is gevonden tussen de wens om medewerkers te belonen en de ‘tucht’ van de arbeidsmarkt.”

René Simons kijkt nog op een andere wijze naar dit resultaat. “Op landelijk niveau zijn er een aantal dossiers die makkelijker gaan wanneer er een cao is. De overheid ziet – nog steeds – een cao als een basis voor een ‘gezonde’ sector. Nu kun je vraagtekens zetten bij deze zienswijze, maar het is nu eenmaal een feit. Ik denk dat we met een cao steviger staan in de discussie met de overheid over bijvoorbeeld huisvesting, coronamaatregelen en natuurlijk de lage WW-premie. Ik deel wel de mening van Wim, liever waren we tot een normaal akkoord gekomen.

Werkgevers wachten nu de reactie van de bonden af. Is die positief dan worden de nieuwe cao-teksten gemaakt en worden deze ter algemeen verbindend verklaring (AVV) aangeboden aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wanneer die AVV er is zal de cao voor de gehele sector, en niet enkel voor de leden van de betrokken werkgeversorganisaties gelden.

De volledige tekst van het eindbod vindt u hier.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 16 maart 2021 - 16:41